16 januari 2018

De vaagtaal van mijn bot...

Ik schrijf, dicht, redigeer en corrigeer. Duidelijk taal, daar houd ik van. Nederlandse begrippen graag ook, in plaats van al dat Engels. Het wil niet zeggen dat er af en toe een 'buzzword' tussendoor glipt. Ook kan ik soms schaamteloos een Engelstalig begrip gebruiken of vaag Nederlands hanteren. Meestal gebeurt dat uit gemakszucht, soms omdat een uitspraak in het Nederlands ongemakkelijk aanvoelt of net niet de juiste associatie oproept, soms om de lezer te verleiden, omdat die nu eenmaal wel eens getriggerd (!) wordt door zo'n begrip waar iedereen het over heeft. Of gewoon: per ongeluk.

Scherp blijven is de opdracht die ik mezelf stel. Dat probeer ik te doen door bijvoorbeeld toch nog even die tekst na te lopen (niet 'te scannen' dus) voordat hij naar de opmaak gaat. Afgelopen weekend heb ik hier nog een strategie aan toegevoegd: ik heb mijn eigen vaagtaalbot geschapen. Dat moet ik natuurlijk even uitleggen.

Er bestaan programma's (bots) die automatisch een bericht kunnen plaatsen op je Twitter-tijdlijn. Die programma's vul je met woordensetjes, zodanig dat als er uit elke set een willekeurig woord wordt gekozen, de woorden achter elkaar geplaatst een grammaticaal correcte, maar niet per definitie betekenisvolle zin vormen. Cheap Bots, Done Quick! is zo'n programma.

Ik heb er zo'n bot mee gebouwd en gevuld met stapels buzzwords en vaagtaal. Eerlijk is eerlijk: deels uit eigen repertoire. Zo heb ik mijn eigen nar gecreëerd die mij (en iedereen die hem wil volgen) tweemaal daags trakteert op zinnen als:
Hier mag je me op aanspreken: social knowmads gaan in de richting van een geluk bevorderende driver voor innovatie, waarmee de ergonomische proposities dit full functional neerzetten. Count me in!
Of:
Hier wil ik het gesprek wel over aangaan: viral thought leaders geven schwung aan een bottom up ecologische voetafdruk, tenzij de op gut feeling gebaseerde fans het sonderen.
Ik vond de eerste zinnen van mijn bot niet altijd goed genoeg, maar door deze te analyseren kreeg ik ideeën voor aanpassingen en uitbreidingen van zijn woordenschat. Ook plaatste ik een formulier waarop bezoekers hun favoriete woorden en zinnen konden delen. Hierdoor staan er nu bijna 700 items in de databank, zoveel dat ik steeds benieuwder raak naar wat mijn bot zal gaan 'zeggen'. Het Frankenstein-gevoel: je hebt iets gecreëerd waarvan je nog niet precies weet wat het zal gaan doen, ook al heb je elk onderdeeltje zelf toegevoegd.

Elke dag rond half acht 's morgens en 's avonds verschijnt er een nieuwe tweet. Volg @tweet_werk op Twitter om er geen te missen! Of kijk af en toe - ook als je geen account hebt, kan dat - op https://twitter.com/tweet_werk.

03 januari 2018

Ten reasons I love running barefoot


I've been running barefoot for almost three years now, slowly building up in running distance per training. In 2017 I ran 2052 kilometers, of which about 30% barefoot, 30% on Vibram Five Fingers and 40% on traditional shoes. A year without any (stress) injuries and lots of great training sessions. Maximum distance on bare foot per training now is some 12-13 km.

I just love running barefoot, and here's why...

Barefoot running...
  1. ... makes my running more playful, skipping and jumping, going through puddles, instead of avoiding them et cetera.
  2. ... is super rich in feeding the senses, especially because of the different surfaces you're running on and their different temperatures, but also because I seem to use my proprioception senses more intensely. 
  3. ... improves my running technique, not by thinking how to run, but simply by following what feels natural.
  4. ... leads to stronger and healthier feet (better blood flow!), calves and other parts of my natural shock absorbing system.
  5. ... leads to the nice feeling of tingling feet all days, especially after training in colder circumstances.
  6. ... triggers and trains my eye-foot coordination and balance.
  7. ... is done on feet that start to recover directly after running and are fit and fresh every day (while shoes wear out from the moment you start using them).
  8. ... is cheap.
  9. ... is honest when you train too much or the wrong way, while shoes might conceal crucial information your body can give.
  10. ... makes life easier: you never have to wash your dirty socks or clean your shoes.



28 december 2017

2017 km in 2017

Ik begon 2017 met het plan in een jaar 2017 kilometer te rennen. In 2015 deed ik er al eens 2000... die 17 kilometer extra leek me een haalbare uitdaging. Ook deze keer zag ik het vooral als een experiment, met vragen als:
  • Hoe verdeel ik de kilometers het best, bijvoorbeeld over een week?
  • Wat doet zo'n doel met mijn motivatie?
  • Helpt het als je je omgeving deelgenoot maakt van je doel?
  • Wat doet het mijn gezondheid?
Door de week, in het weekend, op vakantie... overal waar het kon en paste deed ik mijn rondjes. Een van de mooiste was op het strand in Mallorca in de vroege ochtend. Ik liep bijna alleen, op blote voeten door het zand en af en toe door een golf zeewater, de mist hing boven de zee, de zon kwam op en warmde de lucht langzaam op. Alle zintuigen op 'aan': het geluid van de golven en de meeuwen, zout op de lippen... Geweldig!

Vanaf het begin gold: niet doorgaan bij een dreigende blessure en er vooral plezier in houden. Zo niet, dan gaat het doel aan de kant.

Met Google Sites en Google Spreadsheets bouwde ik een dashboard waarin automatisch de met mijn Garmin sporthorloge gemeten kilometers verwerkt werden. Zo kon ik op een visuele manier mijn progressie nauwgezet volgen. Ook gebruikte ik de app Strava, waarin je bijvoorbeeld je prestaties over een zelfde rondje kunt vergelijken.

Dit jaar deed mijn vrouw Ineke mee. Elk in ons eigen ritme van pieken (veel kilometers, hogere snelheid) en dalen (kortere loopjes, langzaam) bouwden we gestaag aan ons totaal. Regelmatig polsten we: 'En, hoe ver ben je al?' We hebben het allebei gehaald (update 31-12: eindstand is 2052 kilometer geworden).

Enkele inzichten:
  • In de verdeling zijn loopjes van circa 10 kilometer het meest gunstig. Na de halve marathons die ik liep had ik hersteltijd nodig, een 10 kilometer-loop kan ik meerdere dagen achter elkaar doen.
  • De afwisseling van barefoot, barefoot style (Vibram Five Fingers) en gewone hardloopschoenen is goed bevallen.
  • Veel trainen betekent niet per definitie progressie maken. Dit jaar geen bijzondere records gelopen. Deze halve marathon was niet verkeerd voor mijn doen.
  • Het doel werkte een beetje motivatieverhogend. Een beetje, omdat de motivatie om te lopen er eigenlijk altijd wel is. Ik ben dit jaar hooguit vijf keer toch gaan lopen, terwijl ik niet zo'n zin had. 
  • Geen enkele keer heb ik spijt gehad dat ik ben gaan lopen. Dat is nog altijd de meest wijze les. Gewoon gaan, ook al ben je wat moe. Achteraf voel je je altijd tevreden en voldaan.
  • Ik heb de kilometers dit jaar gelijkmatiger verdeeld over het jaar dan in 2015. Regelmatig rust en regelmaat hebben ervoor gezorgd dat het doel altijd mooi in zicht bleef.
  • 2017 was een jaar zonder ziek zijn, een fit jaar, zo mag er nog wel een komen...

24 december 2017

Het toeval een handje helpen

Het toeval wordt je in de schoot geworpen. Het is aan jou wat je ermee doet. Je kunt het ontwijken als een storende factor, iets wat je doet afwijken van je pad. Je kunt het ook omarmen, ervan genieten als een 'prins van Serendip' die alles op de reis van zijn leven met een 'open mind' ondergaat en onderzoekt.

Je kunt situaties creëren waarin er extra ruimte ontstaat voor het toeval. Voor cultuur beleven heb ik hiervoor sinds een half jaar een prachtig stuk gereedschap: mijn 'We Are Public'-pas.

Programma op de website van We Are Public
De pas kost me elke maand €15,00. Daarvoor krijg ik gratis toegang tot films, voorstellingen, concerten, lezingen en exposities. De 'belevenissen' worden geselecteerd door een redactie die veel aandacht heeft voor jonge makers en nieuw talent. Ik woon midden in een van de deelnemende regio's: Brabant. In een half uurtje ben ik in Eindhoven of Tilburg, Den Bosch, Breda en Helmond zijn net wat verder. Reserveren kan niet, maar ik zorg er steeds voor dat ik ruim op tijd aan de kassa sta en neem dan een boek mee om de wachttijd aangenaam te besteden. Tot nu toe waren er steeds kaartjes beschikbaar.


Wat een prachtige voorstellingen heb ik dit jaar al gezien! Een paar voorbeelden:
  • Voorstelling 'Revolutionary Road' van Theater Rotterdam in De Nieuwe Vorst in Tilburg (video)
  • Concert met integraal gespeeld het debuutalbum van de Velvet Underground door Nederlandse rockmusici in de Effenaar in Eindhoven
  • Fantastisch concert van Taxiwars, het jazz-uitstapje van dEUS-voorman Tom Barman in Theaters Tilburg
In 2018 ga ik zeker door met deze proeverij vol verrassende uitjes!

09 december 2017

Teambijeenkomst op afstand

Kun je vanuit huis actief meedoen aan een studie-/overlegbijeenkomst op locatie, waar zo'n 20-30 collega's fysiek bij elkaar zijn? We hebben het maar eens uitgeprobeerd. De setting: de collega's in Venlo op het kantoor van BCO Onderwijsadvies, een collega vanuit Breda en ik vanuit Middelbeers. Enkele 'lessons learned' en tips.

Bron: Fleep
Een goede voorbereiding van techniek en werkvormen is belangrijk. Zo hielp het dat we vooraf alvast een werkblad ontvingen om uit te printen en dat de agenda redelijk strak gevolgd werd. Ook hadden we afspraken gemaakt over de te gebruiken software.

Voor de beeldcommunicatie met Venlo hebben we Appear.in gebruikt. Dit is een gratis, web based applicatie. Je hoeft er dus geen software voor te installeren; je moet alleen toegang geven tot je microfoon en camera. Je maakt een kanaal aan en deelt de link met je collega's. Met Appear.in kun je behalve het beeld via de camera ook het scherm delen van een programma waarin je aan het werk bent. Verder is er een chatkanaal beschikbaar en kun je grappige geanimeerde plaatjes meesturen met het beeld. Met Appear.in kun je met maximaal 8 deelnemers tegelijk verbonden zijn.

Bij de één-op-één communicatie of in de kleine groep van 4 à 5 collega's in een ruimte zonder omgevingsgeluid werkte dit prima, zeker als ik werkte met een headsetje met een goede microfoon. De virtuele aanwezigheid in de plenaire ruimte leverde wat meer ruis op. Het koste dan veel aandachtsenergie om alles te volgen. Ideaal zou zijn om bij plenaire settings twee beelden te hebben: een van de ruimte en een van het scherm / de spreker. De apparatuur moet dan uitgevoerd zijn met goede microfoons. Ingebouwde microfoons van laptops of tablets voldoen eigenlijk niet.

Om gezamenlijk aantekeningen te maken in het groepswerk hebben we gewerkt met:
Beide zijn gratis en snel, zonder account te gebruiken. Simpelweg op één plek een leeg document aanmaken en de (unieke) link doorsturen naar je collega's.

Het moeilijkste bij videocommunicatie is misschien wel het oppakken van nonverbale signalen voor beurtwisselingen in de communicatie. Hoe groter de groep, hoe lastiger dit wordt. Hoe geef je aan dat je iets wilt zeggen, hoe breek je passend in, in de dialoog. Handig is om hiervoor een signaal af te spreken. Ik werkte met hand opsteken.

Als deelnemer op afstand ben je erg afhankelijk van collega's op locatie. Zetten ze op tijd de apparatuur aan ter plaatse? Richten ze de camera op het gewenste beeld. Nemen ze je virtueel mee als het team in groepen uiteen gaat. Je zou iets meer autonomie ervaren met een telerobot, zoals die van Double Robotics. Je kunt dan zelf op afstand rondkijken en je verplaatsen.

Al met al hebben we redelijk goed, maar niet optimaal mee kunnen doen. Je mist veel informatie die meekomt bij face-to-face communicatie en de verstaanbaarheid liet in plenaire settings te wensen over. De aandacht erbij houden kost dan veel energie. Met op deze setting aangepaste werkvormen en betere technologieën is nog winst te behalen. Daarmee zou 'conferencing' op afstand nog wat interessanter worden om te besparen op reistijd, reiskosten en CO2-uitstoot.

06 december 2017

Documenten delen in Google

Hoe deel je documenten en blijf je toch 'in control'? Het 'Office'-pakket van Google (documenten, presentaties, spreadsheets enzovoort) biedt hiervoor een uitgebreide gereedschapskist. Een overzicht.

Als je vanuit het betreffende document op de knop 'Delen' drukt, kun je een of meer andere Google-gebruikers:

  • kijkrechten geven
  • het recht geven opmerkingen te plaatsen
  • schrijfrechten geven
Als je werkt met een G Suite for Education-pakket of een betaald Google-pakket voor je bedrijf kun je bij bovenstaande opties een vervaltijd instellen. Zo kun je collega's bijvoorbeeld 3 dagen de tijd geven om reacties te plaatsen bij notulen. Daarna werk je de notulen af.

Verder kun je het delen beperken tot wie je zelf actief hebt uitgenodigd, maar ook toestaan dat de uitnodiging verder wordt doorgegeven of een link ophalen die iedereen de gekozen rechten geeft die over de link beschikt. Je kunt ook het eigenaarschap overdragen aan andere gebruiker.

Via de versiegeschiedenis van een document kun je:
  • alle wijzigingen zien en door wie die gedaan zijn
  • tussentijdse versies een naam geven, zodat je die gemakkelijk terug kunt halen
  • het document herstellen naar een eerdere versie
Een andere opties is om je document te publiceren op het internet:
  • in de huidige versie
  • in een versie waarbij alle wijzigingen die na publicatie worden aangebracht via dezelfde link zichtbaar zijn (de bezoeker ziet dan altijd de laatste versie)
Nog een tip: wil je dat anderen jouw document kunnen kopiëren om er zelf mee aan de slag te gaan, terwijl jouw document niet bewerkt mag worden?
  1. Haal de deelbare link op
  2. Stel die in op 'Mag weergeven'
  3. Vervang in de deelbare link 'edit?usp=sharing' door 'copy'
  4. Deel de link, bijvoorbeeld op een webpagina of via e-mail
Je kunt op elk moment de deel-instellingen bij een document wijzigen, bijvoorbeeld door rechten te verwijderen of in te perken.

16 november 2017

Boost your brain... met een tweede taal

Kunnen communiceren in een andere taal is niet alleen handig voor je loopbaan. Tweetaligen presteren beter op cognitieve taken. Tweetalige Alzheimer-patiënten krijgen vier tot vijf jaar extra zonder de negatieve symptomen van deze ziekte. ‘Tweetaligheid geeft je brein een boost’, zegt onderzoekster Evy Woumans van de vakgroep Theoretische en Experimentele Psychologie van de Universiteit van Gent.

(interview uit 2015)

‘Meertaligheid is heel goed voor onze hersenen’, zegt Woumans. Zelf spreekt ze Frans, Engels, Duits, Deens en een beetje Zweeds. Na het afronden van haar opleiding tot vertaler, deed ze een master in Advanced Linguistics. Daar raakte ze geïnteresseerd in de ‘collateral benefits’ van tweetaligheid. De afgelopen jaren deed ze er onderzoek naar, waarop ze in mei van dit jaar promoveerde. Woumans: ‘Het positieve effect is het sterkst bij onderdompeling, als je de tweede taal moet gebruiken en niet kunt terugvallen op je moedertaal, in échte situaties. Bij kleuters hebben we dan zelfs een significant positief effect kunnen aantonen op taken die de intelligentie meten.’

Slimmere kleuters door een tweede taal... Hoe heeft u dat onderzocht?
‘We hebben een jaar lang kleuters van 4 tot 5 jaar gevolgd op een school in Wallonië. Thuis werden ze uitsluitend in het Frans opgevoed. Een deel van deze Franstalige kinderen kreeg de helft van de tijd les in het Nederlands. Geen taalles dus, maar lessen van een leerkracht die alleen Nederlands spreekt. Immersie-onderwijs wordt dat genoemd, ofwel: onderdompeling.
We lieten deze kinderen allerlei testjes doen, die je misschien kent vanuit intelligentietests. Ze kregen bijvoorbeeld een afbeelding voorgeschoteld waarin een stukje ontbrak. De taak was om uit zes puzzelstukjes het juiste te kiezen. Ook lieten we ze kaarten sorteren: eerst op de kleur van de afbeeldingen, dan op het aantal elementen op de kaarten.’

En dat deden ze beter dan de kinderen die alleen les in het Frans kregen?
‘Inderdaad. Ik vond de resultaten indrukwekkend. De kinderen presteerden beter in visuele taken, ze scoorden hoger op cognitieve flexibiliteit, ofwel het kunnen switchen tussen taken en het richten van hun aandacht. We keken naar hun intellectuele vaardigheden. De kleuters begonnen voor het onderzoek op hetzelfde niveau. Na een jaar scoorde de groep die tweetalig onderwijs had gekregen significant hoger op de tests.’

De taken die u beschrijft hebben niets met taal te maken. Wat is uw verklaring?
‘We vermoeden dat tweetaligheid extra uitdaging geeft aan je brein. Je oefent het brein in het nemen van beslissingen: moet ik in het Frans of in het Engels spreken? Daarvoor moet je alert zijn en je gedachten kunnen sturen. Je moet steeds switchen tussen verschillende contexten.
Ook het sociale aspect speelt hierbij een rol. We hebben scans gemaakt van tweetaligen die we het gezicht lieten zien van mensen uit hun omgeving. Was die persoon uitsluitend Franstalig, dan werd direct die taal geactiveerd in het brein. Als het ging om een tweetalige gesprekspartner werden beide talen actief bij het zien van hun gezicht.
Andere onderzoeken naar tweetaligheid komen overigens met vergelijkbare resultaten. Het komt steeds neer op meer controle, zelfregulering en een beter functionerend werkgeheugen.’

Behouden de kinderen deze voorsprong hun leven lang?
‘Om dat zeker te weten zouden we ze een leven lang moeten volgen. Maar andere studies wijzen wel op een positief effect van tweetaligheid op alle leeftijden. Dat is dan wel het sterkst meetbaar in de fases van ontwikkeling en aftakeling. Bijzonder: leerlingen in Brussel die tweetalig immersie-onderwijs volgen, blijken beter te scoren op de vakken die niet in hun moedertaal gegeven worden. Volwassen tweetaligen presteren cognitief beter dan hun eentalige leeftijdsgenoten, vooral als ze de tweede taal intensief gebruiken, zoals bij tolken en vertalers het geval is.
Ik heb ook onderzoek gedaan bij mensen met de ziekte van Alzheimer. Tweetalige patiënten krijgen vier tot vijf jaar later last van de symptomen. Dit onderzoek was al eens gedaan in Canada, onder immigranten. In mijn onderzoek wilde ik uitsluiten dat de gemeten effecten te maken hadden met het type mens: immigranten zijn misschien meer overlevers, ondernemers, mensen die hun brein op allerlei manieren blijven uitdagen. Wij hebben een onderzoeksgroep samengesteld waarbij dit aspect geen rol speelt.’

Als ik mijn brein op andere manieren uitdaag, kan ik dan hetzelfde bereiken?
‘Zeker. Aan sporten, het onderhouden van sociale interacties en nieuwe dingen leren, worden vergelijkbare positieve effecten voor het brein toegeschreven. Misschien is bij een combinatie hiervan zelfs wel een cumulatief effect mogelijk. Maar dat is erg moeilijk te onderzoeken. Er zijn nog wel meer vragen te beantwoorden. Zo weten we nog niet wat de ideale verhouding is tussen het gebruiken van de moedertaal en een tweede taal. En of de mate waarin de twee talen verschillen een rol speelt. Geeft het spreken van een dialect dezelfde boost? Ik kan nog wel even vooruit.’

Mag ik toch alvast een conclusie horen op basis van de kennis van nu?
‘Tot we precies weten hoe het zit, zou ik alleen maar willen zeggen: leer en gebruik een tweede taal, je hebt er op vele manieren profijt van. Ik hoop dat onderzoeken als deze ertoe bijdragen dat scholen meer onderwijs in een tweede taal gaan aanbieden, liefst verzorgd door leerkrachten die de taal goed spreken of voor wie het de moedertaal is.
In Vlaanderen ligt tweetalig onderwijs gevoelig, de taalstrijd speelt hier nog altijd een rol. Immersie-onderwijs is zelfs verboden, al mag nu een aantal scholen ermee gaan experimenten. De kinderen hebben er geen moeite mee. Integendeel, de Waalse kleuters vonden de lessen in het Nederlands erg leuk. Ze wilden telkens als ik op bezoek kwam erg graag laten horen wat ze al konden zeggen.’

08 november 2017

Onderzoeksvragen: van uitzoomen naar inzoomen met mindmaps

We hebben een lesje onderzoekend leren op het programma staan. Stel, ik geef leerlingen de opdracht een onderzoeksvraag te bedenken bij het thema 'weersextremen'. Hoppa, over de schutting, zie maar hoe ver je komt. Zeker met ongeoefende leerlingen zal het weinig sprankelends opleveren. Dus ga ik een proces begeleiden van van uitzoomen en inzoomen.

Stap 1: we maken een mindmap met alles waar je aan denkt bij het onderwerp. We zoomen uit en noteren onder andere 'stormen', 'Irma' en 'oog'. We benoemen 'stormen' als categorie, maken subcategorieën 'kenmerken' en 'namen van stormen', waaronder we 'Irma' en 'oog' hangen. En zo verder. Door het formuleren van subcategorieën komen we op nieuwe begrippen. 'Windkracht' misschien. En een eerste vraag: 'Wie bedenkt die namen voor de stormen?' We zijn los, hebben uitgezoomd en een breed beeld van het concept 'weersextremen'.

Stap 2: we zoomen nu in door een element uit de mindmap te lichten dat ons triggert, maar dat nog niet is uitgewerkt. Bijvoorbeeld: 'oog'.

Stap 3: we zoomen weer uit door te bedenken wat er allemaal met het begrip 'oog (van de storm)' samenhangt. Nieuwe begrippen verschijnen: 'windstil', 'diameter', 'geluid'...

Stap 4: pas nu gaan we onderzoeksvragen bedenken door weer in te zoomen op de nieuw toegevoegde begrippen:

  • 'Hoe kun je in het oog van een storm blijven totdat de storm is uitgewoed?'
  • 'Hoe scherp is de overgang tussen het oog van de storm en de omringende wind en wolken?'
  • 'Zijn vogels angstig stil of krijsen ze juist luid in paniek als ze van de storm in het oog terecht komen?'
Zomaar drie snel bedachte vragen die interessant zouden kunnen zijn om te onderzoeken. Of weet jij het antwoord al?

07 november 2017

Toekomstlessen op basisschool De Spoorzoeker


Vanmiddag verzorgde ik de tweede in een reeks van vijf toekomstlessen op basisschool Spoorzoeker in Kerkrade. Met zes plusgroep-leerlingen van groep 7 zijn we aan het onderzoeken hoe de wereld tot 2100 zal veranderen en wat dat betekent voor het leren op school nu.

In de eerste les hebben we met Post-its een mindmap gemaakt van levensgebieden (zoals vrije tijd, ontspanning, werk, gezondheid). Aan de hand van zelfgekozen Post-its zijn de leerlingen op zoek gegaan naar bronnen die onderbouwd voorspellingen doen over de toekomst. Zo vonden we een bron die vermeldt dat reizen in de ruimte in 2024 de normaalste zaak van de wereld is. De voorspellingen met bron plaatsten we op een tijdlijn, gemaakt in Padlet.

Vanmiddag vertrokken we vanuit deze tijd met de vraag: wat moet je allemaal kennen en kunnen in de toekomst en hoe zit het met de ethische kant? Voor het kennen en kunnen liet ik de leerlingen een 'rooster' maken voor een willekeurige schoolweek. Drie leerlingen kwamen uit zichzelf met de suggestie voor een nieuw vak: creaniek (creatief met techniek).

Voor het onderzoeken van de ethische kant, bestudeerden we de Moral Machine, een onderzoeksinstrument dat telkens een dilemma voorlegt voor het programmeren van een zelfrijdende auto. Wat moet die doen als er in een noodgeval gekozen moet worden tussen het leven van een zwangere vrouw en een bejaarde dame?

Het was een moeilijke les, vooral waar mijn vragen erg open waren. Bij de meer geleide opdrachten gingen de leerlingen flink 'op aan' met pittige discussies, rode wangen en een voorbij vliegende tijd tot gevolg.

Volgende keer gaan we onderzoek doen naar wat we nu weten over leren. Denk aan het belang van bewegen, maar ook slimme methodes om informatie te onthouden (Loci-methode). Mocht je suggesties hebben voor leuke werkvormen... ik hoor het graag!

In de vijfde bijeenkomst gaan de leerlingen de opbrengsten van hun onderzoek presenteren, onder andere aan leerkrachten van de school.

(Het project op de school dient verschillende doelen: nadere kennismaking met aanpakken van onderzoekend leren en functionele inzet van ict, uitdagende gastlessen voor de plusleerlingen en het gesprek over onderwijs voor de toekomst op gang brengen binnen de school.) 

29 oktober 2017

‘Hoog op de ranglijsten zegt niet alles!’

Dit artikel verscheen eerder in tijdschrift Vector van de Fontys Lerarenopleidingen Tilburg.

Finse rector bezoekt onderwijsstad Tilburg

‘Hoog op de ranglijsten? Dat zegt lang niet alles!’


Nederland kijkt met bewondering naar het succes van het Finse onderwijssysteem. In het gesprek over onze eigen keuken voeren eerder kritiek en ontevredenheid de boventoon. Het voelt dan even onwennig: een Finse rector die in Tilburg inspiratie komt halen voor haar school. Maar al snel blijkt: we kunnen vooral veel van en met elkaar leren.

Ze luistert, ze observeert, neemt af en toe een foto. Arja Aalto-Laaksonen is rector van de academische opleidingsschool van de Universiteit van Tampere. Ze verblijft een weekje in Nederland met een koffer vol vragen. ‘Ik wil weten hoe wij de didactische mogelijkheden van ict beter kunnen gaan gebruiken en hoe we ons onderwijs meer kunnen invullen vanuit projecten rond échte vragen en problemen. Ook wil ik ideeën opdoen voor het meer systematisch in kaart brengen van de kwaliteit van wat we doen.’

Na werkbezoeken aan onder andere het Heerbeeck College in Best, het Mencia de Mendoza Lyceum in Breda en het Hyperion Lyceum in Amsterdam staat vandaag, 20 april, een dagje Tilburg op het programma. Het menu: een lunch op de Fontys Lerarenopleiding Tilburg en een rondleiding op het Odulphus Lyceum, waar ook een gesprek plaatsvindt met studenten van de eerstegraads lerarenopleiding van de Tilburg University.

Gidsland
Als het gaat om onderwijs kan Finland gerust een gidsland genoemd worden. In de internationale PISA-ranglijst staat het land al jaren aan de top. Alle leraren zijn er universitair opgeleid. Maar wat maakt het Finse onderwijs nog meer bijzonder? Aalto-Laaksonen: ‘Onze leraren hebben veel autonomie in hun werk. Zo hebben we geen inspectie: het systeem is gebaseerd op vertrouwen in de professional. Wel is er zoiets als een nationaal curriculum dat het wát voorschrijft, de kennis die moet worden overgedragen. Er is veel tijd en ruimte om als team te werken aan de kwaliteit van het onderwijs, elkaars lessen te bezoeken en te werken aan de eigen ontwikkeling. Dat zorgt voor een professionele cultuur.’ Anton Bastiaenen, lerarenopleider Bèta+ van FLOT, was een week voor het Finse werkbezoek zelf in Finland. Hem vielen vooral de open werksfeer en rust in Finse scholen op.

Egaliserend
Aalto-Laaksonen vertelt dat in Finland de leerlingen van alle niveaus bij elkaar in de klas zitten totdat ze 16 jaar zijn. ‘Daar zitten twee gedachten achter. Ten eerste is er het sociale aspect van elkaar ontmoeten en leren samenwerken. Maar er is ook het feit dat kinderen zich in de puberteit nog zeer sterk kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld op het gebied van abstract denken. Jullie halen de kinderen te vroeg uit elkaar. Ik denk dat je daarmee de kans loopt dat er potentieel talent onbenut blijft. We geven leerlingen veel kansen om hun talent te ontdekken, maar hebben in zekere zin ook een egaliserende onderwijscultuur. De beste leerlingen zouden misschien verder kunnen komen als we ze bij elkaar zouden zetten met een passend aanbod. Differentiëren is overigens wel degelijk mogelijk. Het Finse voortgezet onderwijs kent geen profielen. Leerlingen volgen van alle vakken de basismodules, maar kunnen zich daarnaast specialiseren door extra modules te doen van de vakken die ze boeiend vinden of waar ze goed in zijn. Ons systeem past bij de Finse cultuur. Tegelijkertijd is het natuurlijk ook een politieke keuze hoe je je onderwijs organiseert.’

Normaalikoulou
De school van Aalto-Laaksonen is een zogenaamde normaalikoulou, waar leerlingen van 16-18 jaar zich voorbereiden op de universiteit. De school is onderdeel van de Universiteit van Tampere. Studenten van de lerarenopleiding doen er hun stages. Heeft Finland, net als Nederland, moeite om voldoende studenten te interesseren voor de lerarenopleiding? ‘Integendeel’, glimlacht Aalto-Laaksonen. ‘Het beroep van leraar is erg populair. Hoewel een dokter of jurist beter betaald wordt, willen veel jongeren naar de lerarenopleiding, we moeten zelfs selecteren. Jongeren zijn gemotiveerd voor het beroep omdat het werk is dat ertoe doet. De beroepsgroep kan rekenen op veel respect vanuit de samenleving. Ook de autonomie in het werk spreekt aan. Daarnaast is de betaling prima, al is dat nooit de belangrijkste drijfveer. En ja, veel vakantie vindt men ook aantrekkelijk.’

Master voor de klas
Het Finse systeem van leraren opleiden, lijkt op de manier waarop de universitaire lerarenopleiding in Nederland is vormgegeven, blijkt in een gesprek met drie studenten van de Tilburg University. Vincent van Hak behaalde eerst zijn master in filosofie en is nu bezig met de eenjarige opleiding tot docent: ‘We worden meteen voor de klas gezet. Er wordt immers van ons verwacht dat we voldoende vakkennis hebben opgedaan in de masteropleiding om een verhaal te kunnen vertellen. Enerzijds heb je met één jaar lerarenopleiding niet echt de tijd te groeien in je rol, maar dat kun je ook nog wel doen als je straks aan het werk bent als docent.’ Een verschil met Finland: de universitair opgeleide docenten in Nederland komen als eerstegrader uiteindelijk bijna allemaal terecht in de bovenbouw van de havo en in het vwo, In Finland zijn alle leraren, ook voor het basisonderwijs, universitair opgeleid.

Twee typen lerarenopleiding
Tijdens de lunch komt het Nederlandse onderwijssysteem ter sprake. De Finse rector is geïnteresseerd in het feit dat wij een hbo-opleiding kennen, die op bachelor- en masterniveau opleidt tot integrale docent met veel aandacht voor de professie van leraar. Hbo- en universitaire opleidingen hebben hun eigen gezicht. Hiermee kunnen we recht doen aan verschillende typen student. In de scholen functioneren afgestudeerden naast elkaar. Ze zijn complementair en dat wordt door scholen steeds meer als een goede mix gezien. Er lijkt dan ook geen sprake van concurrentie tussen de hogeschool en de universiteit. Integendeel: er is overleg om te kijken naar hoe de verbinding kan worden gevonden. Bij beide onderwijstypes hebben bijvoorbeeld de startende docenten de aandacht. Op een aantal scholen worden ze in het kader van het project Begeleiding Startende Leraren de eerste drie jaar begeleid door getrainde coaches.’

Kwaliteitsborging
FLOT-directeur Yvonne Visser licht toe hoe het kwaliteitsborgingssysteem in het hoger onderwijs werkt met accreditaties en tussentijdse (interne) audits. ‘Zo werken we gestructureerd aan kwaliteitsverbetering.’ Aalto-Laaksonen vindt met name de planmatige aanpak interessant, zoals die speelt bij de raadpleging van het werkveld waar het gaat over de masteropleidingen. In het gesprek gaat het over de vragen die daarbij ter sprake komen. Welke eigenschappen, kennis, vaardigheden, attitudes moet de ‘toekomstbestendige’ docent hebben? Wat onderscheidt de bachelor van de master en hoe kunnen we in gezamenlijkheid werken aan kwaliteit? Er komen voorbeelden ter tafel over hoe dit al wordt ingevuld. Bij de professionele leergemeenschappen spelen de lectoraten een belangrijke rol. Vakdidactische netwerken bieden studenten de gelegenheid afstudeeronderzoek of onderzoeksmatige opdrachten op de scholen uit te voeren. Ze zijn ook bedoeld voor de verdere professionalisering van collega’s in de scholen.

Een beetje langzaam
Terug naar het Finse verhaal. Het lijkt in veel opzichten perfect. Toch nog een keer die vraag: waarom dit bezoek, juist aan Nederland? Aalto-Laaksonen: ‘Ons onderwijs zorgt prima voor kennisoverdracht, het systeem is stabiel, maar daarmee ook een beetje langzaam. Nu er zoveel verandert in de wereld, dreigt zich dat te gaan wreken. We innoveren niet snel genoeg. PISA zegt niets over creativiteit, sociale vaardigheden en toekomstgerichtheid in je onderwijs, terwijl dat nu snel belangrijker wordt. Je moet je vooral niet blindstaren op onze hoge PISA-scores. Het is maar één manier om te kijken naar onderwijs. Wat ik hier tot nu toe heb gezien, is dat het Nederlandse onderwijs flexibeler is, dat men meer durft te experimenteren en meer doet met het uitwisselen van kennis, ervaringen en ideeën, ook in internationaal perspectief.’

Licht en ruimte
Een bezoek aan het Odulphus Lyceum blijkt die observatie van de rector te illustreren. Docent Michel Pijpers van de havo-afdeling geeft een rondleiding. ‘Drie jaar geleden hebben we hier een nieuw onderwijssysteem geïntroduceerd vanuit de vraag: hoe kunnen we leerlingen meer en dieper laten leren en beter gebruik maken van hun nieuwsgierigheid? We zijn begonnen met een klein groepje docenten die met het nieuwe concept aan de slag wilden, ondertussen zijn dat er veertig. Het schoolgebouw is hierop aangepast. We hebben grote, lichte lokalen met eilanden waar leerlingen in groepjes werken. In de meeste ruimtes is er geen centrale, vaste plek meer voor de docent. Die is immers minder bezig met klassikale instructie en meer met het coachen en uitdagen van individuele of groepjes leerlingen. Ict speelt een belangrijke rol: alle leerlingen hebben een laptop, een Chromebook, waarmee ze op hun eigen niveau, in hun eigen tempo kunnen werken.’ Aalto-Laaksonen is zichtbaar onder de indruk, ook van het gebouw. ‘Veel daglicht, de ruimte... de fysieke inrichting van de school bepaalt in hoge mate hoe het onderwijs wordt verzorgd en door de leerlingen wordt ervaren.’ Pijpers lacht bevestigend: ‘Een leerlingen zei me laatst: dit is geen school, dit is een leeromgeving.’

Zelfevaluatie
Innoveren en werken aan de kwaliteit van het onderwijs is in Tampere dé grote uitdaging. ‘We hebben sinds twintig jaar geen inspectie meer. Dat willen we graag zo houden. We willen zelf bepalen hoe we ons onderwijs verbeteren. Maar daarvoor missen we nog een systematische, structurele aanpak. Ik hoop dat we een vorm van zelfevaluatie kunnen vinden die ons verder brengt. Ook hoop ik dat we stappen kunnen maken op het gebied van de didactische inzet van ict. Er wordt binnen onze school wel gebruik gemaakt van iPads, maar dat komt toch vooral neer op het lezen van ebooks en het doen van testen. Een enkele docent is bezig met het maken van instructievideo’s. Ik ben benieuwd naar andere mogelijkheden, bijvoorbeeld hoe je games kunt inzetten en ict kunt inzetten in projecten.’ Daar kan Kristi Jauregi, een van de lectoren bij FLOT, wel iets over vertellen. Ze belichtte het feit dat leerlingen in toenemende mate, ‘global citizens’ zijn. Dat kun je verzilveren door ze via online samen leren (telecollaboration) bij elkaar te brengen, bijvoorbeeld in virtuele taaldorpen.

Internationale samenwerking
Ook leraren kijken steeds vaker over de grenzen. Lerarenopleider en mastercoördinator Linda Gijsen vertelde over het onderzoek waaraan ze werkt: het ontwerpen van vakdidactische opdrachten met lerarenopleiders in het buitenland. Dit draagt tevens bij aan het besef van multiculturaliteit. Ook sluit het aan bij het idee dat docenten cultuurdragers en cultuuroverdragers zouden moeten zijn en dat de lerarenopleiding daar invulling aan moet geven. Het bezoek aan Tilburg heeft veel inspiratie opgeleverd, besluit Aalto-Laaksonen: ‘Maar we zijn er nog niet. Van hieruit zouden we meer de internationale samenwerking moeten zoeken, meer met elkaar in gesprek gaan vanuit een gemeenschappelijk begrippenkader. Deze week is daarvoor de basis gelegd.’

Het werkbezoek van Arja Aalto-Laaksonen aan Tilburg werd georganiseerd door Jacintha Melenhorst, voorzitter mastercoördinatoren en teamleider talen van de Fontys Lerarenopleiding Tilburg.