21 april 2017

Impro!

Een stoel is een stoel. Maar bij een improvisatie-oefening is het ook een auto, veiligheidshelm of mobiele telefoon. Op 20 april verzorgden mijn dochter Ino en Cato van Breugel, studenten aan de opleiding Docent Theater aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten, een avondje improvisatiespel op mijn werk bij BCO Onderwijsadvies / Innofun in Venlo. Met 16 collega's beleefden we een creatieve, energieke avond met veel lol.

De opdrachten die we kregen waren heel divers: van het spelen van een scène in een bushalte tot een raadspel met gebaren. Iedereen deed actief mee. Telkens speelden onze begeleidsters kort, maar met verve voor wat de bedoeling was, waarna we zelf aan de slag mochten. We leerden elkaar op een andere manier / van een andere kant kennen en dat was niet alleen omdat we in een opdracht iets moesten vertellen dat de anderen waarschijnlijk nog niet van ons wisten. Een mooie vorm van teambuilding!

Het is niet alleen erg leuk om aan theatersport / improviseren te doen. De oefeningen kunnen, eventueel in aangepaste vorm, prima dienst doen in trainingen. Voor jezelf als speler geldt dat het je losser maakt, vrijer en zelfverzekerder voor publiek, bijvoorbeeld in je werk als trainer.

Creatief denken in de 21e eeuw

Als het in mijn trainingen op scholen gaat over 21e eeuwse vaardigheden, hoor ik vaak: "Ja, maar dat was toch altijd al belangrijk?"

Inderdaad: kritisch denken, zelfregulering en kunnen samenwerken zijn altijd belangrijk geweest. Zelfs de 'digitale' elementen uit het model van de 21e eeuwse vaardigheden zou je kunnen samenvatten in een meer tijdloos doel: kunnen omgaan met de technologie van je tijd.

Ook creatief denken is altijd belangrijk geweest: om dagelijkse problemen op te lossen, nieuwe oplossingen te bedenken, met een nieuw product of nieuwe dienst de markt te veroveren. Wat wel veranderd is, is de context. In de 21e eeuw is creatief denken enerzijds moeilijker, anderzijds gemakkelijker geworden.

Creatief denken is moeilijker geworden

  • Om creatief te kunnen denken heb je input nodig, maar vooral ook stilte, verveling, incubatietijd. Internet en media bombarderen onze aandacht in een continue stroom van aantrekkelijk verpakte informatie: sociale media, games, nieuws enz. Creatieve verwerkingstijd heb je alleen als die bewust voor jezelf organiseert. Ga eens wat vaker offline. Doe eens niets.
  • Creatief denken is een vaardigheid die je moet onderhouden. We komen echter minder vaak in situaties waarin we creatief moeten zijn. Welvaart heeft vele ongemakken weggenomen, het internet biedt instant oplossingen voor waar we tegenaan lopen. Waarom zou ik zelf gaan experimenteren als ik op het internet honderden recepten vindt voor het bereiden van asperges?
  • Creatief denken vraagt erom regelmatig geconfronteerd te worden met ideeën, concepten en inzichten uit totaal andere werelden. Media als Google en Facebook werken met algoritmes die ervoor zorgen dat we vooral informatie krijgen die al bij ons past. In 2011 vertelde Eli Pariser op TED al over deze filter bubble.
  • De wereld is VUCA (volatile, uncertain, complex, ambiguous). Je zou ervan in de overlevingsmodus schieten. Geen ideale omstandigheid om je creativiteit te koesteren.
Creatief denken is gemakkelijker geworden

  • We zijn met de hele wereld in verbinding en kunnen dus bewust op zoek naar mensen en bronnen die ons prikkelen op andere ideeën te komen.
  • We hebben praktische tools om ons denken te voeden: digitaal mindmappen, een online rijmwoorden- of synoniemenbron, gereedschappen die je brein prikkelen met toevallige input.
In de 21e eeuw is creatief denken niet belangrijker of onbelangrijker dan in welke andere periode in de geschiedenis ook. Maar om creatief te kunnen zijn, zul je bewuster ruimte moeten creëren en leren hoe je gebruik maakt van de veranderde omstandigheden.

19 april 2017

Mijn eerste website: 20 jaar geleden!


Hij was er waarschijnlijk net wat eerder, maar in de archieven van de Wayback Machine is dit de oudste bron van mijn allereerste persoonlijke website, destijds, 20 april 1997 gepubliceerd bij de Digitale Stad Eindhoven. De pagina is in HTML gemaakt.

Later, in augustus is er ook een bron te vinden van het Humoristisch Elektronisch Tijdschrift (HeT), ondergebracht bij de Digitale Stad Rotterdam. Bronnen van een dag eerder - vandaag precies 20 jaar geleden - zijn er ook in de vorm van websites bij mijn radioprogramma Oirvijg (lokale omroep Oirschot) en de mailinglist van Nederlandstalige ligfietsers.

Wayback Machine is de zoekmachine van het Internet Archive dat van zowat alle websites wereldwijd 'snapshots' heeft gemaakt. Grasduinplezier voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van het internet! Zo kun je zien hoe Google er uitzag in november 1998, toen nog als onderdeel van de website van Stanford University.

17 april 2017

Een Humo in Waregem

Het was ergens rond 1980. Op de terugweg van een mooie zomervakantie in Frankrijk belandden we met ons gezin in een file bij Parijs. Vertraging en vermoeidheid deed mijn ouders tegen de avond besluiten niet stug door te rijden naar huis, maar nog een tussenstop te maken. We kwamen terecht in Waregem, waar een met grasmat bedekt hoekje, geplakt tegen het lokale voetbalstadion, was ingericht als camping. Het was de meest onooglijke kampeerplaats die we ooit gezien hadden. Maar het Westvlaamse stadje won op een of andere manier ons hart en de jaren erna maakten we nog meerdere keren een laatste stop bij Lucien, die ik me herinner als absurd norse, strenge campingbaas.

In dat jaar begon voor mij een kleine, persoonlijke traditie: ik kocht er mijn eerste editie van Humo, het magazine waarvan ik sindsdien bij elk bezoek aan Vlaanderen de actuele editie kocht. Humo schreef over mijn  - met name ook Vlaamse - muzikale helden (TC Matic, De Kreuners, Raymond van het Groenewoud), publiceerde mijn favoriete schrijvers (Remco Campert, Kees van Kooten, Herman Brusselmans) en cartoonisten (Kamagurka) en had de betere eigen en vertaalde achtergrondartikelen. Later heb ik nog een periode een postabonnement gehad. Nu lees ik regelmatig de artikelen via Blendle. 

Afgelopen dagen brachten mijn broer en onze gezinnen met onze moeder 'for memories sake' een bezoek aan Waregem. We haalden herinneringen op bij winkelpanden, waarvan een deel de triestige aanblik van verval vertoonde. Maar we snoven ook de geuren van kaas, vis en brood op in het nog altijd florerende Huis Clovis en aten bij het uit haar as verrezen restaurant Het Boothuis, waar mijn vader zich vroeger kon verkneukelen aan de paling in 't groen. Bij het stadion herinnerde alleen nog een vergeten elektriciteitskastje aan de camping van weleer. Het was een parkeerplaats geworden en er stond een bouwkeet ten behoeve van de werkzaamheden aan het stadion.

Bij een krantenwinkeltje kocht ik weer eens een papieren Humo. Het wat dunne, iets doorschijnende papier, de typische smalle tekstkolommen, ja, ook de geur... het riep levendige herinneringen op. Maar ik was ook weer aangenaam verrast door de dichtheid aan zoveel lezenswaardige verhalen in één editie: een interview met de vrouw achter/van Kamagurka, een update over de laatste stand van zaken in de strijd tegen kanker, interviews met Jane Birkin over Serge Gainsbourg, de producer van het eerste album van de Velvet Underground en met jeugdhelden Debby Harry en Chris Stein (Blondie), een analyse over de invloed van de Turkse Grijze Wolven in Europa, columns, tekeningen.

Binnenkort verschijnt de 4000e editie van het blad. Waregem is wat ver, maar ik overweeg er een ritje zuiderburen aan te besteden om een papieren versie te bemachtigen. Aan de makers van Humo alvast 'nen dikken proficiat!'.

05 april 2017

Tien werkvormen met online prikbord Padlet


Padlet is een gratis, eenvoudige online toepassing waarmee je snel een visueel aantrekkelijk prikbord aanmaakt. Hieronder een selectie van tien functionele werkvormen met Padlet voor onderwijs. De meeste zijn ook te gebruiken in trainingen. Met het begrip 'post' bedoel ik een virtuele Post-it.
  1. Smoelenboek. Start je met een nieuwe groep leerlingen die je vaker gaat zien dan kan een smoelenboek helpen de namen bij de gezichten te onthouden. Geef schrijftoegang tot een Padlet. De leerling kan in een post de camerafunctie activeren van de tablet of smartphone en zo een foto maken en die direct uploaden. Ook het uploaden van een bestaande foto is mogelijk. Naam en eventueel een korte beschrijving toevoegen en je hebt in een mum van tijd een actueel smoelenboek.
  2. Lesbrief. Maak een Padlet aan met de instructies voor een les of bijeenkomst en relevante bronnen of links naar bronnen. Je kunt ook meerdere lesbrieven maken en die in reeks plaatsen door op Padlet 1 een link te plaatsen naar Padlet 2. Je zou zelfs naast een lineaire opzet een multilineaire opzet kunnen maken, waarbij leerlingen kunnen kiezen of ze verder willen met Padlet 2a of 2b.
  3. Voorkennis activeren. Maak een Padlet aan, introduceer een onderwerp en laat leerlingen vervolgens individueel of in tweetallen hun voorkennis op een post schrijven in de vorm van trefwoorden, uitspraken enzovoort.
  4. Backchannel. Als je werkt in groepen, hebben die groepen tijdens het werken meestal geen contact. Voor (tussentijdse) opbrengsten vanuit de verschillende groep kan een Padlet de verzamelplek zijn. Het wordt een communicatiekanaal dat op de achtergrond de groepen aan elkaar verbindt. Het eindresultaat kan op het digibord getoond worden als basis om te presenteren en te evalueren.
  5. Flipping the classroom. Maak een Padlet aan met bronnen die als introductie dienen tot een les of bijeenkomst. Je kunt het bekijken van (een deel van) de bronnen verplicht of facultatief maken. Met de commentaarfunctie van Padlet kun je vooraf de leerlingen al laten reageren, bijvoorbeeld door ze vragen te laten formuleren bij een videofilmpje.
  6. Bronnenbank. Nodig leerlingen uit om samen met jou een bronnenbank samen te stellen rond een vraag of thema. Verzamel samen relevante filmpjes, bestanden, links...
  7. Vragenbord. Richt een Padlet in als 'live' vragenbord tijdens projectwerk. Leerlingen kunnen er vragen plaatsen als 'Wie kan ons helpen met het invoegen van een filmpje in onze presentatie?' of 'Wie is er goed in Engels? We snappen een tekst niet helemaal?'. Idee is dat de leerlingen elkaar zoveel mogelijk helpen en de leerkracht geen fulltime vragenbeantwoorder en regelneef hoeft te zijn.
  8. Schilderijententoonstelling. Verzamel verschillende foto's en/of video's op een Padlet die beelden geven bij een bepaald onderwerp. Denk aan: 'de gevolgen van klimaatverandering' of 'wat kunnen robots allemaal'? Maak er kijkvragen bij en laat die beantwoorden. Dat kan bijvoorbeeld via een online formulier. De link naar dat formulier plaats je uiteraard ook op het prikbord. Zie ook eerdere blog.
  9. Toetsen. Erwin Daniëls liet leerlingen zelf toetsvragen bedenken bij de stof. Ze plaatsten die in een Padlet. Via de knop 'exporteren' maak je van de inhoud een pdf die je kunt printen om hem daarna als toets, bijvoorbeeld door leerlingen uit een parallelklas, te laten maken.
  10. Stellingen. Maak posts van een aantal stellingen en zet de commentaarfunctie aan. Nodig leerlingen uit op de stellingen te reageren, bijvoorbeeld met 'Eens' of 'Oneens', eventueel gevolgd door een korte toelichting. 
Heb je nog andere ervaringen met de inzet van Padlet? Ik lees het graag via een reactie op dit blog!

01 april 2017

Werkvorm: slides verzamelen in Google Classroom

Een les. De leerlingen hebben een opdracht gekregen en moeten hier een tijdje aan werken, zelfstandig of in groepjes. Als leraar loop je rond, beantwoordt af en toe een vraag, stimuleert de leerlingen om verder te komen. Aan het einde van dit gedeelte van de les wil je dat de (groepjes) leerlingen kort aan de groep presenteren wat ze hebben gedaan, ontdekt, gemaakt enz. aan de hand van één slide.

Misschien denk je nu aan gedoe met USB-sticks, mailen van bijlagen, wisselen tussen presentaties enzovoort. Dat is niet meer van deze tijd. In Google Classroom kun je heel gemakkelijk slides verzamelen in één digitale presentatie. Doorloop daarvoor de volgende stappen:

  1. Maak een Google-presentatie aan met een titelpagina, een pagina met instructies / afspraken en eventueel een voorbeeldslide.
  2. Maak in Google Classroom een opdracht aan en koppel de presentatie hieraan via het Drive-icoon.
  3. Kies voor de optie 'Leerlingen kunnen bestand bewerken'.
  4. De leerlingen ontvangen de opdracht via hun Classroom-omgeving en openen de presentatie. Ze kunnen een nieuwe dia toevoegen. Eventueel doen ze dat door de voorbeelddia te dupliceren en deze te bewerken. Alle leerlingen kunnen tegelijkertijd in de presentatie werken en alles wat ze doen wordt 'real time' opgeslagen.
  5. Als het tijd is voor de presentaties, laad je de presentatie in op het digibord. De slide die op het scherm verschijnt wordt toegelicht door de leerling of het groepje leerlingen.
Alternatief: heb je geen beschikking over Google Classroom, dan zou je deze aanpak ook met een digitaal prikbord kunnen doen waar je de leerlingen toegang toe geeft. Een prettig stuk gereedschap hiervoor is Padlet.

Ook in Powerpoint via Office 365 en Keynote via iCloud kun je synchroon samenwerken aan presentaties (dank aan Adriënne de Kock voor deze aanvulling).

27 februari 2017

Paul van Ostaijen naar 2017

Opdracht aan mezelf: maak een moderne versie van Paul van Ostaijen's 'Marc groet 's morgens de dingen'...


Marc appt ‘s avonds de mensen

Hé mattie met het hartje op de foto met de ring
pling pling
dag vriend naast de BN’er
dag lunch op Instagram
dag struikelend kindje met het ijsje
en
dag struikelend kindje met de plas
plas en ijsje
van het struikelend kindje
LOL

Re-tweet kindje
like grappig kindje
like struikelend kindje fijn

19 februari 2017

Hoe programmeer je een 'bullshit detector'?



Het zijn verwarrende tijden. Meer dan ooit moeten we als nieuwsconsument op onze hoede zijn. We hebben meer dan ooit een 'bullshit detector' nodig. In mijn 'wonder years' hoorde ik dit begrip voor het eerst in een song van The Clash. Het triggerde me, in een periode dat ik gefocust was op een toekomst als journalist. De song is zo'n veertig jaar oud. Maar de vraag speelt meer dan ooit door mijn gedachten: wanneer moet het lampje van je 'bullshit detector' op rood springen?

Allereerst zul je alert moeten zijn op drogredenen en redeneerfouten. Een uitgebreid overzicht vind je op de website van de podcast Kritisch Denken. Deze allemaal paraat hebben is al een opgave, maar manipulaties gaan steeds vaker verder dan slim (of wat dommer) spelen met argumenten. Framing en demonisering is aan de orde van de dag. Middels hacks worden data veranderd waarop we onze beslissingen nemen en via fake accounts wordt een grotere steun gesuggereerd dan er in feite is.

Denk eens mee: hoe programmeer je een 'bullshit detector'? Hoe helpen we kinderen op school zo'n 'bullshit detector' te ontwikkelen, een radar die helpt voorkomen dat ze speelbal worden van krachten die aandacht willen winnen over de rug van de waarheid?




08 februari 2017

Verder komen in de 21e eeuw: hoe doe je dat?

Naar aanleiding van een column waarin ik het begrip verderkomstrategie introduceer, kreeg ik de terechte vraag: hoe ziet er dat dan concreet uit? En in de huidige context? Als ik zo'n vraag krijg waarop ik niet een, twee, drie wat antwoorden uit mijn mouw schudt, pas ik direct een verderkomstrategie toe: ik schrijf een blog. Dit werkt voor mij op meerdere manieren:

  1. Door te schrijven dwing ik mezelf te focussen op het onderwerp en tot precisie: wat is precies het onderwerp, welke antwoorden passen hierbij?
  2. Door er een blog van te maken deel ik mijn eerste gedachten, mijn 'work in progress' met mijn lezers. Vaak komt er een reactie, een suggestie, iets waar ik wat mee kan.
  3. Ik leg vast wat ik nu weet en denk over een onderwerp. Later kan ik dat nog eens raadplegen. Soms zie ik dan dat ik verder ben gekomen, soms denk ik: dat had ik toen prima geformuleerd.
Oké, een blog dus. Maar wat zijn nog meer verderkomstrategieën voor de 21e eeuw? Nog wat voorbeelden uit eigen ervaring:
  • Zoeken. De gemakkelijkste, meest voor de hand liggende strategie om verder te komen. Weet je niet hoe je een harde schijf vervangt in je pc, dan zoek je toch een video-instructie op YouTube op? Slim zoeken omvat nog veel meer strategieën: gebruik goede trefwoorden, speciale toepassingen (zoals een synoniemenwoordenboek), speciale zoekmachines (zoals WorldCat, Image Search of WaybackMachine) of de functies voor uitgebreid zoeken.
  • Meer doen met data. Iedereen kan tegenwoordig gemakkelijk data ophalen of vinden. Toen Herm Kisjes en ik ons in 2009 afvroegen hoe de relatie is tussen gamen en autisme, stelden we een digitale vragenlijst op voor ouders. Die werd 460 keer ingevuld, nadat we de link hadden geplaatst op websites, fora en sociale media. De antwoorden vormden de basis voor ons boek over dit onderwerp. 
  • Benader een (ervarings)deskundige. Sociale media en internet maken het gemakkelijker dan ooit (ervarings)deskundigen te vinden en contact met ze opnemen. Ook afspraken maken om met anderen over een vraagstuk te overleggen is een makkie. Nog altijd een leuk voorbeeld: de bijeenkomst in 2008 die ik organiseerde over de vraag hoe makers van content kunnen overleven in de digitale wereld.
  • Gebruik multimedia.  Foto, audio, video... je kunt ze inzetten om verder te komen. Toen ik pas begon met spreken in het openbaar heb ik regelmatig video-opnames gemaakt van mijn optredens om kritisch te kijken naar hoe ik mijn verhaal bracht. Daar ben ik echt verder mee gekomen.
  • Werk online samen. We hebben het gereedschap om tijd- en/of plaatsonafhankelijk samen te werken. Als ik vastloop met een presentatie of artikel, geef ik een collega toegang tot het betreffende document. Zijn of haar correcties, vragen en suggesties helpen me vaak verder.
  • Leg vast voor later. Evernote of Google Keep zijn voorbeelden van 21e eeuwse varianten op wat mijn vader vroeger gebruikte voor zijn bronnen en ideeën: de kaartenbak. Die digitale kaartenbak kan je vaak helpen verder te komen. Ik heb in Google Keep een incubatielijst aangemaakt voor ideetjes waar ik op een bepaald moment niet verder mee kom. Verder komen heeft soms tijd nodig...
Wat zijn jouw 21e eeuwse verderkomstrategieën?

02 februari 2017

Werkvorm: wat heb jij erop?

"Wat heb jij erop?" verwijst normaal gesproken naar het beleg op de boterham tijdens een lunchgesprekje. In deze werkvorm verwijst de vraag echter naar de smartphone. (Bijna) iedereen heeft er een, en er staat van alles op: apps, foto's, filmpjes. De werkvorm is bedoeld om het ijs te breken of kennis te maken, maar ik zet hem ook wel in om te laten zien hoe gemakkelijk het is om nieuwe toepassingen te ontdekken. Durf te vragen!

In onderstaand voorbeeld gaat het om creativiteit, communicatie en samenwerken. Een helemaal 21e eeuwse vaardigheden-proof opdracht!

Alle deelnemers zoeken een foto op op hun smartphone die ze aan anderen zouden willen laten zien. Vervolgens zoeken ze een andere deelnemer op, liefst iemand die ze nog niet zo goed kennen of met wie ze niet zo vaak contact hebben. Ze laten aan elkaar de gekozen foto zien en geven een korte toelichting op dit beeld. Vervolgens is de opdracht samen een woord te vinden dat past bij beide beelden, dat de beelden als het ware verbindt. Voorbeeld:



De gemakkelijke oplossing is natuurlijk 'eekhoorntjesbrood', maar een creatievere, associatief oplossing als 'noodrantsoen' is zeker ook toegestaan. 

Aan het eind van de activiteit kan er een korte uitwisseling plaatsvinden.